Veelgestelde vragen
Wij ontvangen regelmatig vragen. De meestgestelde hebben we hieronder voor je op een rij gezet, inclusief antwoord.
Staat jouw vraag er niet tussen of wil je graag meer informatie? Neem dan gerust contact met ons op.
Hieronder vind je vragen en antwoorden die je helpen bij je oriëntatie op werken in het onderwijs. Denk aan vragen over geschiktheid, vooropleiding, lesgeven in een bepaald vak en de route die het beste bij jou past.
Lesgeven past vaak goed bij mensen die graag kennis overdragen, duidelijk kunnen communiceren en energie krijgen van het werken met kinderen, jongeren of volwassenen. Maar goed lesgeven vraagt meer dan alleen vakkennis. Ook pedagogisch inzicht, kunnen uitleggen, structuur bieden, contact maken en omgaan met verschillen in een groep zijn belangrijk.
Het onderwijs biedt veel verschillende mogelijkheden. Je kunt bijvoorbeeld denken aan een rol als leerkracht, leraar, docent, instructeur, (technisch)onderwijsassistent, leraarondersteuner, conciërge of praktijkopleider. Welke functie bij jou past, hangt af van jouw achtergrond, ervaring, opleiding en de doelgroep waarmee je wilt werken.
Twijfel je nog of het onderwijs echt bij je past? Dan is het slim om je eerst goed te oriënteren. Dat kan bijvoorbeeld door een vrijblijvend gesprek, een loopbaanassessment of een meeloopdag op een school. Zo krijg je een realistischer beeld van het werk en ontdek je beter welke onderwijssector en doelgroep bij jou passen.
Ja, dat kan. Of je in aanmerking komt voor een functie in het onderwijs hangt af van de sector, de functie en jouw opleiding en werkervaring.
Wil je officieel zij-instromen als leraar in het primair of voortgezet onderwijs, via een verkorte zij-instroom in beroeptraject (2 jaar) dan heb je in de regel een afgeronde hbo- of wo-opleiding nodig. Heb je die niet, dan is die verkorte route meestal niet mogelijk. Er zijn dan soms wel andere routes, zoals een deeltijdopleiding of een ondersteunende functie in het onderwijs.
Voor functies zoals onderwijsassistent, leraarondersteuner of bepaalde rollen in de praktijk of begeleiding kunnen andere instroomeisen gelden. In het mbo kan praktijkervaring bovendien zwaar meewegen. Voor een PDG-traject geldt meestal dat je minimaal hbo-werk- en denkniveau moet kunnen aantonen. Heb je geen hbo-diploma, dan kan dat soms ook op een andere manier, bijvoorbeeld via werkervaring en aanvullende beoordeling.
Ook voor het hoger onderwijs geldt niet overal exact dezelfde instroomeis. Hogescholen en universiteiten bepalen zelf welke diploma’s en ervaring zij passend vinden voor een functie. Vaak is minimaal een bachelor vereist, en soms een master of meer specialistische ervaring.
Voor de vier beroepsgerichte profielen in het vmbo gelden afwijkende regels. Daar kan iemand ook zonder hbo-diploma in aanmerking komen, mits aan specifieke voorwaarden wordt voldaan, zoals een relevant mbo-diploma, hbo-werk- en denkniveau, voldoende beroeps- en maatschappelijke ervaring en een VOG.
Welke lerarenopleiding of onderwijsroute bij jou past, hangt vooral af van waar je wilt lesgeven en wat jouw vooropleiding is.
Wil je lesgeven in het basisonderwijs, dan kom je meestal uit bij de pabo. Heb je al een hbo- of wo-diploma, dan kun je mogelijk via een officieel zij-instroomtraject aan de slag, waarbij je werkt en tegelijkertijd je bevoegdheid behaalt. (duur 2 jaar)
Wil je lesgeven in het voortgezet onderwijs, dan heb je meestal een tweedegraads of eerstegraads bevoegdheid nodig. Welke route daarbij past, hangt af van het vak waarin je les wilt geven en je eerdere opleiding. Met een verwante hbo- of wo-opleiding kun je soms via een zij-instroomtraject of een verkorte route starten.
Wil je lesgeven in het mbo, dan is een PDG-traject vaak de passende route. Daarbij combineer je lesgeven met het ontwikkelen van pedagogisch-didactische vaardigheden. Voor het mbo zijn vakkennis, relevante werkervaring en aantoonbaar hbo-werk- en denkniveau belangrijk. (duur maximaal 2 jaar)
Wil je lesgeven in het hoger onderwijs, dan geldt geen wettelijke onderwijsbevoegdheid zoals in het po of vo. Hogescholen en universiteiten bepalen zelf welke eisen zij aan docenten stellen. Wel hebben hogescholen een convenant met elkaar afgesproken. Dit houdt in dat minimaal een bachelor vereist wordt en soms een master en dat je een opleiding volgt tot een Basis Kwalificatie Onderwijs.
Twijfel je tussen meerdere routes? Dan is het verstandig om niet alleen naar de opleiding te kijken, maar ook naar de doelgroep, het niveau, het soort onderwijs en de rol die je wilt vervullen. Juist daarin zit vaak het verschil tussen een goede match en een minder passende overstap.
Dat is heel herkenbaar. Juist voor mensen die een overstap naar het onderwijs overwegen, is dit een belangrijke vraag. Een goede match met de doelgroep en onderwijssoort maakt namelijk veel verschil voor hoe prettig en succesvol je start.
De praktijk in het onderwijs verschilt sterk per sector. Werken met jonge kinderen in het basisonderwijs is echt iets anders dan lesgeven aan pubers in het voortgezet onderwijs, studenten in het mbo of volwassenen in het particulier onderwijs. Ook de rol van de docent verschilt per omgeving.
Daarom is het verstandig om eerst te verkennen wat bij jou past. Je kunt bijvoorbeeld meelopen op een school, gesprekken voeren met docenten of tijdens werkplekleren ervaren welke doelgroep jou het meeste ligt. Zo maak je later een bewustere keuze en verklein je de kans op een mismatch. Naast onervaren zijn in het lesgeven is een mismatch de reden waarom ruim 25% van de zij-instromers teleurgesteld het onderwijs binnen een jaar weer verlaten.
Dat hangt af van jouw eigen vakkennis, opleiding en werkervaring. Onze opleidingen leiden je op in pedagogisch-didactische vaardigheden. Je wordt dus niet opgeleid voor één specifiek schoolvak.
In de praktijk beoordeelt een onderwijsinstelling of jij voldoende vakinhoudelijke bagage hebt om les te geven in een bepaald vak of beroepsgericht domein. Vooral in het mbo en hbo speelt jouw praktijkervaring in het vakgebied vaak een belangrijke rol. In het voortgezet onderwijs geldt daarnaast meestal dat jouw vooropleiding inhoudelijk moet aansluiten op het vak waarin je les wilt geven.
Twijfel je of jouw achtergrond past bij een bepaald vak? Dan is het verstandig om dit vooraf te bespreken met een school, opleiding of adviseur. Zo krijg je sneller duidelijkheid over jouw mogelijkheden.
Hieronder vind je vragen en antwoorden over bevoegdheden, getuigschriften en de regels die gelden als je in het onderwijs wilt werken. Omdat de regels verschillen per onderwijssector, is het belangrijk om goed te kijken welke route past bij jouw situatie.
Dat hangt af van de sector waarin je lesgeeft en van jouw rol.
In het primair onderwijs en voortgezet onderwijs heb je in principe een onderwijsbevoegdheid nodig als je als leraar zelfstandig lesgeeft. Er zijn wel uitzonderingen, bijvoorbeeld als gastdocent. Dan mag je in sommige gevallen zonder bevoegdheid lesgeven, maar alleen maximaal 6 klokuren per week op jaarbasis en onder verantwoordelijkheid van een bevoegde leraar.
In het mbo kun je in sommige situaties starten zonder bevoegdheid. Geef je meer dan 6 klokuren per week les, dan moet je binnen de daarvoor geldende termijn een passende route volgen, zoals een PDG-traject of een andere bevoegde route. Geef je maximaal 6 klokuren per week, dan is een PDG niet verplicht, maar je geeft dan wel les onder begeleiding en verantwoordelijkheid van de instelling.
In het hoger onderwijs geldt geen wettelijke onderwijsbevoegdheid zoals in het po of vo. Hogescholen en universiteiten bepalen zelf welke diploma’s, ervaring en didactische kwalificaties zij van docenten vragen. Vaak verwachten zij wel dat je een BDB-, BKO- of vergelijkbaar traject volgt.
Geef je les bij een private onderwijsinstelling of corporate academy, dan geldt geen wettelijke onderwijsbevoegdheid. Daar bepaalt de werkgever welke eisen worden gesteld. Didactische scholing is dan vaak geen wettelijke verplichting, maar wel een duidelijke meerwaarde.
Nee, als instructeur heb je geen officiële onderwijsbevoegdheid nodig.
In veel situaties geeft een instructeur onder verantwoordelijkheid van een bevoegde docent of leraar zelfstandig praktijkgerichte lessen en instructies aan kleine groepen leerlingen/studenten. Een volledige onderwijsbevoegdheid is niet vereist. Wel kan een school of instelling aanvullende eisen stellen, bijvoorbeeld op het gebied van pedagogisch-didactische vaardigheden en werkervaring in het vak waarin je instructies wilt geven.
Juist voor instructeurs is de kennis van pedagogisch-didactische vaardigheden erg waardevol. Ook als het wettelijk niet altijd verplicht is, helpt die kennis je om duidelijker uit te leggen, beter te begeleiden en sterker voor een groep te staan.
Nee, niet voor alle onderwijsinstellingen gelden dezelfde regels.
Voor het primair onderwijs en voortgezet onderwijs geldt dat leraren in principe bevoegd moeten zijn. Daar hoort dus een officiële onderwijsbevoegdheid bij. Voor sommige tijdelijke of bijzondere situaties bestaan uitzonderingen, maar de hoofdregel is: als leraar geef je bevoegd les.
Voor het mbo bestaan meerdere routes. Daar kun je lesgeven via een lerarenopleiding, maar ook via een PDG-traject. Daarnaast geldt dat iemand die maximaal 6 klokuren per week lesgeeft in sommige gevallen geen onderwijsbevoegdheid of PDG nodig heeft, mits dat onder begeleiding gebeurt.
Voor het hoger en wetenschappelijk onderwijs bestaat geen aparte wettelijke onderwijsbevoegdheid zoals in het po en vo. Onderwijsinstellingen bepalen daar zelf welke diploma’s, ervaring en didactische kwalificaties nodig zijn. Vaak wordt wel gevraagd om opleiding te volgen tot een Basis Kwalificatie Onderwijs (Basis Didactische Bekwaamheid en Basis Kwalificatie Examinering) of vergelijkbare didactische scholing.
Voor private onderwijsinstellingen geldt ook geen wettelijke bevoegdheidseis. Daar bepaalt de werkgever welke kwalificaties nodig zijn.
Klik hier voor voorbeelden van private onderwijsinstellingen.
De route hangt af van de sector waarin je wilt werken.
Wil je leraar worden in het basisonderwijs, dan haal je je bevoegdheid via de pabo. Heb je al een hbo- of wo-diploma, dan kun je mogelijk ook kiezen voor een officieel zij-instroomtraject, als je aan de voorwaarden voldoet en een geschiktheidsonderzoek positief doorloopt.
Wil je lesgeven in het voortgezet onderwijs, dan haal je een eerste- of tweedegraads bevoegdheid via een lerarenopleiding. Afhankelijk van jouw vooropleiding kun je soms kiezen voor een verkorte route, een kopopleiding of een zij-instroomtraject.
Wil je lesgeven in het mbo, dan kun je in aanmerking komen voor een PDG-traject. Dat is bedoeld voor vakmensen die lesgeven in het mbo en hun pedagogisch-didactische bekwaamheid willen ontwikkelen. De precieze toelatingseisen en route kunnen per instelling verschillen.
Wil je lesgeven in het hoger of het wetenschappelijk onderwijs, dan bestaat geen wettelijke onderwijsbevoegdheid zoals in het po of vo. Veel hogescholen en universiteiten vragen wel dat je een didactische kwalificatie behaalt, zoals een BDB of BKO. Dat zijn meestal instellingsroutes en geen wettelijke lesbevoegdheden.
Geef je les bij een private opleider of in een corporate academy, dan is een wettelijke bevoegdheid niet verplicht. Wel kan een werkgever vragen om didactische scholing of relevante ervaring.
Ja, er is een belangrijk verschil.
Een onderwijsbevoegdheid is een formele bevoegdheid om in een bepaalde onderwijssector en vaak ook binnen een bepaald vakgebied les te geven. Denk bijvoorbeeld aan een pabo-bevoegdheid of een eerste- of tweedegraads bevoegdheid voor het voortgezet onderwijs.
Een getuigschrift of didactische kwalificatie laat zien dat je pedagogisch-didactisch bent geschoold, maar is niet altijd hetzelfde als een wettelijke onderwijsbevoegdheid. Voorbeelden zijn een PDG in het mbo of een BDB/BKO in het hoger onderwijs. Zulke trajecten zijn waardevol en soms vereist, maar hebben niet automatisch dezelfde juridische status als een lesbevoegdheid voor po of vo.
Het is daarom belangrijk om steeds goed te kijken naar de vraag: heb je voor jouw functie een wettelijke bevoegdheid nodig, of vraagt de instelling vooral om een didactisch getuigschrift of kwalificatie?
Nee. Er is geen algemene wettelijke regel dat alle hbo-docenten een master moeten hebben.
Hogescholen bepalen zelf welke opleidingseisen zij aan docenten stellen. In de praktijk vragen zij vaak minimaal een hbo- of wo-diploma, en soms ook een master, afhankelijk van de functie, het vakgebied en het niveau waarop je lesgeeft. Ook kan een hogeschool van je vragen dat je je na indiensttreding verder ontwikkelt, bijvoorbeeld via een master of een didactisch traject.
Het is daarom verstandig om altijd goed naar de vacature en de functie-eisen van de instelling te kijken.
Ja, dat kan, maar onderwijsinstellingen moeten daar wel zorgvuldig mee omgaan.
Het is niet verboden om zzp’ers of freelancers in te zetten in het onderwijs. Wel moet een school of instelling goed beoordelen of er echt sprake is van zelfstandig ondernemerschap. Als iemand in de praktijk werkt onder gezag en weinig ondernemersvrijheid heeft, kan sprake zijn van schijnzelfstandigheid. De Belastingdienst handhaaft sinds 1 januari 2025 weer volgens de normale regels op arbeidsrelaties.
Dat betekent dat onderwijsinstellingen terughoudender kunnen zijn met de inzet van zzp’ers, zeker bij structureel lesgeven in een rol die sterk lijkt op regulier dienstverband. De precieze beoordeling hangt altijd af van de feitelijke situatie.
Voor meer informatie zie de website van de Belastingdienst.
https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/nl/arbeidsrelaties/content/handhaving
Hieronder vind je vragen en antwoorden over onze opleidingen en trainingen. Je leest onder meer wat de opleiding inhoudt, of je zonder onderwijsbaan kunt starten, welke competenties je ontwikkelt en wat de status van het diploma is.
Ja, je kunt aan onze opleiding deelnemen zonder dat je al een onderwijsbaan hebt. Juist dat maakt deze route voor veel carrièreswitchers aantrekkelijk: je kunt je eerst goed voorbereiden op het onderwijs - eventueel naast je huidige baan - terwijl je nog niet direct hoeft te kiezen voor een baan of onderwijssector.
Tijdens de opleiding doe je wel praktijkervaring op via werkplekleren. Voor de opleiding Doceren als 2e beroep betekent dit dat je minimaal 60 uur werkplekleren of stage loopt. We streven ernaar dat je uiterlijk rond de vierde/vijfde opleidingsdag een passende werkplek hebt. In principe zoek je die zelf, maar als dat niet lukt, denken wij met je mee.
Juist doordat je tijdens de opleiding praktijkervaring opdoet, kun je beter ontdekken welke doelgroep en onderwijsomgeving bij jou passen. Dat helpt om later een bewustere keuze te maken.
Het belangrijkste verschil is dat onze opleidingen bedoeld zijn als voorbereidende en praktijkgerichte routes voor professionals die een overstap naar het onderwijs overwegen of al in het onderwijs actief zijn en zich pedagogisch-didactisch verder willen ontwikkelen. Je kunt de opleiding ook volgen als je nog geen onderwijsbaan hebt.
Bij veel reguliere routes richting een formele onderwijsbevoegdheid, zoals een zij-instroomtraject of een PDG-traject, heb je meestal al een onderwijsfunctie of een aanstelling nodig. Voor een PDG-traject in het mbo geldt bijvoorbeeld doorgaans dat je werkt op een mbo-school en dat maatwerk wordt ingericht vanuit de combinatie van werken en leren.
Een ander verschil is dat je bij onze opleiding via werkplekleren kunt onderzoeken welke doelgroep en onderwijssector het beste bij jou passen. Dat geeft ruimte voor oriëntatie voordat je een definitieve keuze maakt. Bij veel reguliere trajecten ligt die keuze al eerder vast.
Belangrijk om daarbij helder te zijn: onze opleiding maakt je pedagogisch-didactisch sterker en beter voorbereid op lesgeven, maar is niet hetzelfde als een wettelijke onderwijsbevoegdheid.
Een wettelijk bevoegdheid mag alleen worden afgegeven door een rijksbekostigde lerarenopleider. Wel ontvang je na succesvolle afronding van de opleiding een landelijk erkend post-hbo of post-mbo-registerdiploma.
Voor functies waarvoor een formele bevoegdheid of een officieel PDG/BDB-traject nodig is, kan dus na afloop nog een aanvullend traject nodig zijn. In veel gevallen ontvangen deelnemers enkele vrijstellingen op basis van ons diploma, waardoor een maatwerk of verkort traject gevolgd kan worden.
Tijdens onze opleidingen ontwikkel je vooral pedagogische, didactische en communicatieve competenties die je nodig hebt om goed en verantwoord voor een groep te staan. Daarbij gaat het niet alleen om uitleg geven, maar ook om contact maken, structuur bieden, activerend lesgeven en omgaan met verschillen tussen deelnemers of studenten.
Je werkt onder meer aan competenties zoals:
-
lessen voorbereiden en opbouwen;
-
duidelijke uitleg geven en instructie verzorgen;
-
omgaan met groepsdynamiek en gedrag;
-
motiveren en activeren van deelnemers;
-
reflecteren op je eigen handelen;
-
communiceren met deelnemers, collega’s en begeleiders;
-
ontwikkelen van jouw eigen stijl als docent of trainer.
Het diploma van onze opleidingen zijn geregistreerd post-hbo- of post-mbo-registerdiploma. De opleiding is getoetst en geregistreerd via CPION namens SPHBO of SPMBO. Na succesvolle afronding kun je worden opgenomen in het Abituriëntenregister. Zie www.cpion.nl
De diploma's zijn een waardevolle bevestiging dat je pedagogisch-didactisch bent geschoold. Tegelijk is het belangrijk om duidelijk te zijn: de diploma's zijn niet hetzelfde als een wettelijke onderwijsbevoegdheid voor het primair of voortgezet onderwijs en ook niet automatisch hetzelfde als een officieel PDG-traject voor het mbo of een door een hogeschool afgegeven BDB/BKO/BKE-traject in het hoger onderwijs.
Het diploma kan in veel gevallen wel van grote waarde zijn als voorbereiding op lesgeven, bij een sollicitatie of bij het aanvragen van vrijstellingen of maatwerk in een vervolgroute. Of en welke vrijstellingen mogelijk zijn, wordt altijd beoordeeld door de betreffende onderwijsinstelling, examencommissie of aanbieder van het vervolgtraject.
Steeds meer scholen in het hoger of wetenschappelijk onderwijs geven voor ons post-hbo-diploma volledige vrijstellingen voor de BDB.
Instituut Mentoris is geen bekostigde lerarenopleiding en geeft daarom zelf geen wettelijke onderwijsbevoegdheid af voor het primair of voortgezet onderwijs. Ook officiële vervolgtrajecten zoals een PDG of een didactische kwalificatie binnen een hogeschoolstructuur worden in de regel afgegeven via de daarvoor bevoegde onderwijsinstellingen.
Onze opleiding is bedoeld als sterke pedagogisch-didactische basis voor professionals die willen lesgeven of zich verder willen ontwikkelen in een onderwijsrol. In sommige situaties kan het diploma daarna helpen bij het aanvragen van vrijstellingen of een verkort vervolgtraject. Dat wordt altijd individueel beoordeeld door de ontvangende opleiding of examencommissie.
Steeds vaker geven scholen in het hbo en wo volledige vrijstellingen voor de BDB.
Instituut Mentoris werkt met verschillende vormen van kwaliteitsborging en registratie.
Onze opleidingen zijn getoetst en geregistreerd via CPION namens de daarvoor relevante stichtingen, waaronder SPHBO voor post-hbo en SPMBO voor post-mbo. Dat betekent dat opleidingen die aan de criteria voldoen als registeropleiding kunnen worden opgenomen.
Voor zelfstandige docenten kan een relevant registerdiploma bovendien van waarde zijn bij aanmelding voor het CRKBO Register Docenten. In bepaalde gevallen kan dan een beperkte audit volstaan in plaats van een uitgebreide audit. Registratie kan vervolgens relevant zijn voor btw-vrijstelling bij beroepsonderwijs.
Daarnaast is Instituut Mentoris CRKBO-geregistreerd. CRKBO staat voor Centraal Register Kort Beroepsonderwijs. Deze registratie maakt het mogelijk om onderwijs dat onder de voorwaarden valt btw-vrij aan te bieden.
Tot slot is Instituut Mentoris lid van de NRTO, de brancheorganisatie voor private opleiders. NRTO-leden conformeren zich aan de gedragscode en voorwaarden van de brancheorganisatie.
Hieronder vind je vragen en antwoorden over praktische zaken rond deelname aan een opleiding van Instituut Mentoris. Denk aan toelating, reserveren, werkplekleren, tijdsinvestering, een VOG en andere zaken die belangrijk zijn als je een overstap naar het onderwijs overweegt.
Toelating begint meestal met een persoonlijk contactmoment, zoals een telefonisch gesprek of intake. Daarin kijken we samen naar jouw achtergrond, opleiding, werkervaring, motivatie en het doel waarmee je aan de opleiding wilt deelnemen. Zo kunnen we beter beoordelen of de opleiding past bij jouw situatie en ontwikkelvraag.
Voor onze post-hbo-opleiding is het belangrijk dat je kunt aantonen dat je over voldoende werk- en denkniveau beschikt. Heb je geen hbo-diploma, dan kan in sommige gevallen een aanvullende beoordeling of capaciteitentest nodig zijn. Ook wordt besproken hoe je praktijkervaring gaat opdoen via werkplekleren.
Gaat het niet om deelname aan een voorbereidende opleiding van Instituut Mentoris, maar om een officieel zij-instroomtraject in het onderwijs, dan gelden andere voorwaarden. In dat geval heb je meestal eerst een aanstelling bij een school nodig en wordt daarna een geschiktheidsonderzoek aangevraagd.
Ja, dat is mogelijk. Als je van plan bent om een opleiding te gaan volgen, maar je je nog niet definitief kunt of wilt aanmelden, dan kun je vrijblijvend een plek reserveren. Daar zijn geen kosten of voorwaarden aan verbonden.
Als een groep vol dreigt te raken, nemen we contact met je op met de vraag of je jouw reservering wilt omzetten in een definitieve aanmelding. Neem je op dat moment geen besluit, dan kunnen we geen plek meer garanderen.
Meld je je op een later moment definitief aan, dan kijken we graag met je mee naar een volgende startmogelijkheid.
Onze opleiding lopen snel vol. Heb je de intentie om te gaan deelnemen, reserveer dan een plek.
Bij twijfel over je niveau kunnen wij je vragen om een capaciteitentest te doen. Dit kan helpen om vast te stellen of je beschikt over mbo- of hbo-werk- en denkniveau, als je dat niet met een diploma kunt aantonen. Zo’n test geeft inzicht in jouw denk- en leervermogen en kan gebruikt worden als onderdeel van de toelating tot een opleiding of een ontwikkeladvies.
Een geschiktheidsonderzoek hoort bij een officieel zij-instroomtraject in het beroep. Dit wordt dus niet ingezet voor de opleidingen van Instituut Mentoris.
Het is bedoeld om te beoordelen of jij geschikt bent om direct als leraar aan de slag te gaan én of je binnen de afgesproken termijn jouw bevoegdheid kunt behalen.
Zo’n onderzoek is dus iets anders dan een intake voor een voorbereidende opleiding. Bij een officieel zij-instroomtraject heb je meestal al een aanstelling bij een school nodig. Daarna vraagt het schoolbestuur het geschiktheidsonderzoek aan. Dit onderzoek bestaat in de regel uit minimaal een portfolio en een assessment. Op basis daarvan wordt bekeken welke scholing en begeleiding nodig zijn.
Voor het basisonderwijs, voortgezet onderwijs, speciaal onderwijs en mbo kan een geschiktheidsonderzoek onderdeel zijn van de officiële zij-instroomroute. In zo’n traject sta je vanaf het begin voor de klas en werk je tegelijk aan het behalen van je bevoegdheid.
Ons landelijk erkende registerdiploma's geven vaak vrijstellingen voor het geschiktheidsonderzoek.
In principe zoek je zelf een passende leerwerkplek. Heb je nog geen voorkeur voor een onderwijssector, dan adviseren wij je om op 3 verschillende scholen te gaan werkplekleren. Dat heeft als voordeel dat je zelf gericht kunt kiezen voor een onderwijssector, doelgroep of onderwijsomgeving die jou aanspreekt.
Daarnaast ontdek je welk onderwijstype en welke doelgroep het best bij je past.
De scholen waar je het werkplekleren gaat doen wordt een netwerk voor je.
De kans dat je bij een van deze scholen een baan vindt, is groot.
Lukt het niet om zelf een of meer geschikte plekken te vinden, dan denken wij met je mee en ondersteunen we je in die zoektocht.
De beide opleidingen zijn leerwerktrajecten van ongeveer 9 maanden en omvat circa 375 tot 400 uren.
Die studiebelasting bestaat uit:
-
bijeenkomsten: ongeveer 125 uur
- intervisie: ongeveer 25 uur
-
werkplekleren of stage: minimaal 60 uur.
- zelfstudie: ongeveer 165 tot 200 uur
De precieze tijdsinvestering voor zelfstudie kan per deelnemer verschillen. Dat hangt onder meer af van jouw ervaring, leertempo en de tijd die je nodig hebt voor voorbereiding en verwerking van de lesstof.
Als je gaat werken of werkplekleren in het onderwijs, vraagt een school of organisatie in veel gevallen om een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG). Een VOG laat zien dat jouw justitiële verleden geen bezwaar vormt voor de functie of werkzaamheden waarvoor je wordt ingezet. Justis is de organisatie die de VOG afgeeft.
Of jij een VOG nodig hebt, hangt af van de onderwijssector en de rol die je krijgt. Werk je met leerlingen of studenten, dan is een VOG vaak een logische en verplichte voorwaarde. Vraag dit daarom altijd op tijd na bij de organisatie waar je gaat werkplekleren of werken.
De aanvraag van een VOG start niet door jouzelf, maar via de werkgever, school of organisatie die de VOG van je vraagt. Die partij laat weten hoe de aanvraag verloopt. Dat kan digitaal of schriftelijk. Justis geeft aan dat je de VOG meestal binnen 1 tot 4 weken ontvangt, tenzij extra beoordeling nodig is.
Een EVC is een manier om zichtbaar te maken wat je al hebt geleerd in de praktijk. EVC staat voor Erkenning van Verworven Competenties. Het gaat daarbij om kennis, vaardigheden en ervaring die je hebt opgedaan via werk, opleidingen, vrijwilligerswerk of andere praktijkervaring.
Een ervaringscertificaat (zoals een landelijk erkend diploma van onze opleidingen) kan in sommige situaties helpen bij toelating, loopbaanontwikkeling of het aanvragen van vrijstellingen. Of dat ook echt zo is, hangt altijd af van de opleiding, onderwijsinstelling of examencommissie die jouw dossier beoordeelt.
Hieronder vind je vragen en antwoorden over opleidingskosten, subsidiemogelijkheden, betaling en jouw kansen op werk in het onderwijs. Let op: regelingen en voorwaarden kunnen veranderen. Controleer daarom altijd of een regeling op jouw situatie van toepassing is.
Soms zijn er mogelijkheden voor een tegemoetkoming in de opleidingskosten, maar dat hangt af van jouw situatie.
In sommige gevallen betaalt een werkgever de opleiding geheel of gedeeltelijk, bijvoorbeeld vanuit een opleidingsbudget, ontwikkelbudget, sociaal plan of regeling voor om- of bijscholing. Werk je al bij een school of organisatie, dan is het verstandig om daar eerst naar te informeren.
Ben je werkzoekend of dreig je je baan te verliezen of zit je in een reïntegratietraject, dan kan er soms ondersteuning mogelijk zijn via het UWV of via afspraken met een werkgever of mobiliteitsregeling. Of je daarvoor in aanmerking komt, hangt af van jouw persoonlijke situatie en van de voorwaarden van dat moment. (uwv.nl)
Verder zijn er veel regionale of branchegerichte instanties die subsidies verstrekken. Zie onze pagina Subsidies voor enkele voorbeelden:
Voor leraren in het bekostigd onderwijs bestaan soms aparte regelingen of vergoedingen, maar die zijn meestal bedoeld voor mensen die al in dienst zijn in het onderwijs. (duo.nl)
Dat kan, maar dat is niet automatisch zo.
Instituut Mentoris heeft een scholingsovereenkomst met het UWV. Dat betekent dat het UWV in bepaalde gevallen scholing bij Instituut Mentoris kan vergoeden. Of dat ook voor jou geldt, hangt af van jouw persoonlijke situatie, jouw kansen op werk, de beoordeling door het UWV en de voorwaarden die op dat moment gelden.
Ben je werkzoekend en denk je dat scholing jouw kansen op werk vergroot, bespreek dit dan met jouw UWV-adviseur of werkcoach. Die kan beoordelen of een aanvraag passend is en welke stappen daarvoor nodig zijn. (uwv.nl)
Ja, dat is mogelijk als je de kosten (deels) privé gaat betalen. Neem hierover gerust contact met ons op. We kijken graag samen met je naar een passende betalingsregeling.
In veel onderwijssectoren zijn vacatures, maar de kansen verschillen per onderwijssoort, vakgebied en regio. Vooral in sectoren en vakgebieden waar tekorten zijn, kan jouw kans op werk groot zijn. Tegelijk is het goed om te beseffen dat jouw kansen ook afhangen van jouw vooropleiding, praktijkervaring, beschikbaarheid en de doelgroep waarmee je wilt werken.
Zoek je een baan in het onderwijs, dan helpen deze stappen vaak:
-
reageer op vacatures en stuur ook open sollicitaties;
-
bezoek open dagen of netwerkbijeenkomsten;
-
benut je eigen netwerk;
-
loop mee op scholen of instellingen;
-
doe praktijkervaring op via werkplekleren.
Voor veel deelnemers werkt juist die combinatie goed: je ontwikkelt je pedagogisch-didactisch, bouwt praktijkervaring op en legt tijdens de opleiding contacten in het onderwijs. Dat vergroot vaak je kansen op werk.
Nee, die garantie kunnen wij helaas niet geven.
Wel zien we in de praktijk dat deelnemers tijdens hun werkplekleren en opleiding vaak al waardevolle contacten opdoen binnen scholen en andere onderwijsinstellingen. Daardoor ontstaan regelmatig kansen op een parttime of volledige baan, soms al tijdens de opleiding en soms daarna.
Waar mogelijk denken wij ook mee over vervolgstappen en kunnen we bemiddelen binnen ons netwerk. Een baan blijft uiteindelijk altijd afhankelijk van jouw profiel, de match met de organisatie, de beschikbare vacatures én de inzet en energie die je er zelf in steekt.
Hieronder vind je overige veel gestelde vragen en antwoorden.
