Leestijd: 3.5 minuten
Het lerarentekort is niet de oorzaak, maar het resultaat van ons huidige onderwijssysteem. Dat werd weer eens pijnlijk duidelijk in het tv-optreden van Merel van Vroonhoven bij Op1 (woensdag 8 december 2020). Deze voormalige topvrouw van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) stapte vorig jaar zelf over naar het onderwijs en laat zich momenteel omscholen tot leerkracht in het speciaal onderwijs.
Onderwijs volgens de kaasschaafmethode
Ze weet vanuit eigen ervaring hoe het is om als zij-instromer omgeschoold te worden tot onderwijsprofessional. Een traject waar nog veel aan verbeterd kan worden door de lerarenopleidingen. Ze bevestigt ook de geluiden die wij als private opleider voor zij-instromers richting het onderwijs ontvangen. Samenvattend kun je stellen dat de huidige lerarenopleidingen niet zijn afgestemd op de doelgroep volwasseneneducatie maar de volledige focus (en vooral de ervaring) op voltijdsstudenten richten. Door middel van een soort ‘kaasschaafmethode’ worden deze opleidingen bewerkt voor zij-instromers. ‘Pas opleiding voor zij-instromers aan, nu is die demotiverend’, aldus Van Vroonhoven. (Lees ook het artikel in AD door Hanneke Keultjes 09-12-20).
Lerarentekort = resultante
Wat nog veel meer verontrust, zijn de ervaringen van Van Vroonhoven op de werkvloer. Ze stelt dat het lerarentekort de absolute topprioriteit moet hebben. Met een zakelijk blik, goed geïnformeerd en vanuit eigen ervaring legt ze de vinger op veel pijnlijke plekken. Goed werkgeverschap door competente schoolleiders is een onderdeel daarvan, maar ook de ongelijkheid in loonschalen tussen vergelijkbare functies in verschillende onderwijsdomeinen.
Meer geld is niet de oplossing
Hoe kunnen we voorkomen dat ons huidige onderwijs(systeem) helemaal ineenstort? Hoeveel klassen sturen we nog naar huis omdat er geen leraar is? Er gaat (te) veel fout en continu meer geld naar ons onderwijs is niet de oplossing. Wel makkelijk om de oorzaak van alle malaise af te schuiven op te weinig budget. Meer geld naar onderwijs is als plakken met ‘duct tape’: eventjes de boel bij elkaar houden en hopen dat je ongeschonden de eindstreep haalt. Alleen onderwijs heeft geen eindstreep.
De wortels van ons onderwijssysteem
Vóór 1300 werden scholen alleen gesticht en beheerd door kerken en kloosters. In de veertiende eeuw kwam daar verandering in. In verschillende steden en dorpen werden onafhankelijke scholen opgericht voor jongens en meisjes. Echte scholen waren het nog niet, zo nu dan werd er lesgegeven in schuren en stallen.
De lagere onderwijswetten van 1801, 1803 en 1806 zorgden voor grote veranderingen in het onderwijs. Leerlingen van dezelfde leeftijd zitten bij elkaar in een lokaal en krijgen klassikaal les. Onderwijzers mogen pas voor de klas na het volgen van een opleiding en de onderwijsinspectie bewaakte de kwaliteit van het onderwijs. De kerk speelde niet langer een dominante rol in het onderwijs. De Onderwijswet schreef voor dat alle Nederlandse kinderen opgevoed moesten worden tot staatsburgers: nuttige en deugdzame leden van de maatschappij.
Ruim 200 jaar later
We delen de klassen nog steeds globaal in op grond van leeftijden, is klassikaal lesgeven de standaard, moeten leerkrachten, leraren en docenten een bevoegdheid behalen om te mogen lesgeven en de onderwijsinspectie bewaakt nog altijd de kwaliteit van het onderwijs. En de kinderen? Ze worden nog altijd opgeleid tot nuttige en deugdzame leden van de maatschappij. Alleen noemen we dat tegenwoordig: het behalen van startkwalificatie. Want met een startkwalificatie heb je namelijk meer kans op een baan. En dan…
Het kraakt aan alle kanten
Sta je nu voor de klas, dan heb je dus echt een onmogelijk opdracht. In een hopeloos verouderd onderwijssysteem de kinderen, leerlingen en studenten van nu voorbereiden op een succesvolle participatie in de maatschappij. Een model dat is ingericht vanuit de tijd van paard en wagen terwijl we voorbereiden op een wereld met zelfsturende auto’s. Daar hoef je geen wetenschappelijk onderzoek voor te doen om te kunnen concluderen dat dit spaak loopt.
Alarmbellen gaan af
De vraag ‘hoe heeft het zover kunnen komen’, is niet meer aan de orde. Dat is een gepasseerd station. We moeten vooruit, anders stort het hele onderwijssysteem in elkaar. Het lerarentekort laat de alarmbellen afgaan. Alleen wie pakt het op? Wie zet de eerste stap om het huidige onderwijssysteem te transformeren? Wie neemt de verantwoordelijkheid? De minister? De onderwijsraden? De vakbonden? De scholen? De leraren? De leerlingen en hun ouders? Wie heeft het lef om het hele systeem op de schop te nemen?
De oplossing zit gewoon in de klas
Vraag aan een kind, leerling of student hoe zij het onderwijs van vandaag zouden invullen, regelen en organiseren. Waar hebben zij behoefte aan? Waar lopen zij warm voor? Hoe denken zij over de toekomst? Een kind van 13 is (ook) ervaringsdeskundige. Een uurtje met hen kletsen in het fietsenhok levert een schat aan informatie op. Dit moet de grondslag zijn voor hoe wij ons onderwijs vormgeven. En het hoeft echt geen systeem te zijn dat weer twee eeuwen meegaat.
Terug naar het lerarentekort. Merel van Vroonhoven heeft gelijk. Wachten we op een nieuw debacle zoals nu rondom zorgtoeslag of voorkomen we nipt een implosie?
Over Herjon Nieuwburg
Herjon Nieuwburg (1967) is één van de drijvende krachten achter Instituut Mentoris. Ze houdt zich vooral bezig met het ontwikkelen en de innovatie van opleidingen - trainingen. Daarnaast publiceert ze met regelmaat over ondernemerschap en onderwijs.
