Leestijd: 4 minuten
In november 2018 kwam de Onderwijsraad met een advies voor leraren over bevoegdheden in het PO, VO en MBO. In een reactie daarop heeft de onderwijsminister de Commissie Onderwijsbevoegdheden aangesteld met de opdracht om onder andere een nieuw bevoegdhedenstelsel uit te werken voor ons onderwijs. Helaas is de commissie 2 februari jl. gestrand zonder concrete voorstellen te hebben kunnen doen.
LinkedIn: https://www.linkedin.com/pulse/maffiapraktijken-het-onderwijs-herjon-nieuwburg
Oef. Ik had toch wel de hoop dat deze commissie ons huidige stelsel van onderwijsbevoegdheden eens grondig zou afstoffen. Helaas het was trekken aan een dood paard. Wederom is een poging tot onderwijsvernieuwing de kop ingedrukt. Ben zwaar teleurgesteld, want ik ben fel voorstander voor het afschaffen van de onderwijsbevoegdheid. Het gaat niet om bevoegde leraren voor de klas maar om bekwame onderwijsprofessionals. Een wereld van verschil.
Poging gedaan
Er is inderdaad een serieuze poging gedaan door de commissie om te komen tot een brede basisbevoegdheid. Die moest zorgen voor ‘ontschotting in de opleidingen en het leraarsberoep’. Simpel gezegd: één bevoegdheid voor alle onderwijsprofessionals met daarop een stelsel van specialisaties. Deze brede bevoegdheid zou ook moeten bijdragen aan meer mobiliteit binnen en tussen onderwijssectoren.
De poging is mislukt omdat de helft van de commissie – vier van de acht leden – de onderwijsminister Arie Slob waarschuwen tegen een overhaast vernieuwingstraject dat niet kan rekenen op draagvlak bij de beroepsgroep. Een brede bevoegdheid draagt het risico dat de vakkennis en vakdidactiek verschraalt. Wel erkennen deze vier commissieleden het belang van loopbaan- en ontwikkelperspectief voor leraren. Maar daarvoor hoeft niet het hele stelsel van onderwijsbevoegdheden op de schop, met alle risico’s van dien.
Paard en wagen
Mag ik deze vier commissieleden eraan herinneren dat ons huidige onderwijs grotendeels nog steeds gefundeerd is op de eerste onderwijswet uit 1806. In deze wet werd bepaald dat kinderen van eenzelfde leeftijd bij elkaar in de groep zitten en klassikaal leskrijgen van een speciaal daarvoor opgeleide juf of meester. Ruim 200 jaar later is daar nog niets aan veranderd. Oké: Aap, Noot, Mies zijn verdwenen en we maken kennis met Kevin, Achmed en Soraya bij het vak begrijpend lezen. Het krijtbord is nu een digibord en we hebben nog steeds zes tot acht weken zomervakantie. Toch houdt de commissie de moed erin.
Ook het lerarenregister laten ploffen
Goed, als de beroepsgroep het zo belangrijk vindt de onderwijsbevoegdheid in ere te houden en veel belang hecht aan een gedegen kennis van de vakinhoud en vakdidactiek, waarom hebben ze dan de stekker uit het lerarenregister getrokken? Ze kennen wel veel waarde toe aan universitair opgeleide leraren omdat die van groot belang zijn voor de onderwijskwaliteit, maar het permanent onderhouden en registreren van de eigen professionaliteit – om zo de afgegeven onderwijsbevoegdheid te kunnen behouden – is fel bestreden. Uiteindelijk heeft minister Arie Slob afgezien van het verplicht inschrijven in het nationaal lerarenregister. Slob wil de leraren niet ‘van bovenaf verplichten’ maar ze zelf de regie geven.
En we weten wat ervan komt als we leraren zelf de regie laten voeren. Vasthouden aan de onderwijsinfrastructuur van begin 1800 en zo in 2021 kinderen, leerlingen en studenten opleiden voor een wereld met zelfsturende auto’s. Dat kan niet goed gaan, dat gaat ook niet goed. Daar hoef je geen master kwalificatie voor te hebben.
Wie is er eigenlijk de baas?
Het is geen geheim dat ik ondernemer ben en met een ondernemende blik naar ons onderwijs kijk. De afgelopen maanden hebben we als private opleider een heel aantal (ingrijpende) beslissingen moeten nemen als gevolg van de Coronapandemie. Makkelijk: nee. Noodzakelijk: ja. Hebben we intern met onze eigen docent-trainers overlegd? Ja, natuurlijk. Maar uiteindelijk neem je als ‘baas’ de beslissingen en heb je de eindverantwoordelijkheid.
Maar onderwijs is geen bedrijf. Onderwijs is onderwijs. Wie is daar eigenlijk de baas? De minister? De raad? De vakbond? De school? De lerarenopleider? De leraar? De leerling? Zeg het maar, ik weet het niet.
Wie betaalt → bepaalt
Als private opleider zijn wij geheel afhankelijk van onze deelnemers. Zij betalen en wij kunnen daardoor onze opleidingen aanbieden. We zijn continu bezig met het afstemmen van de wensen en behoeften van de deelnemers (onze klanten) en de wijze waarop wij de opleidingen faciliteren. In het onderwijs zijn de kinderen, leerlingen en studenten de klant. Zij vullen de klasjes waardoor leraren aan het werk kunnen. Niet andersom. Echter, in rijksbekostigd onderwijs betaalt* de overheid (namens de kinderen, leerlingen en studenten) grotendeels de scholen om onderwijs te faciliteren. Vanuit deze constructie is dus de onderwijsminister de baas van het onderwijs in ons land. Maar hij wordt telkens gegijzeld door de beroepsgroep (en haar vertegenwoordigers) die menig voorgestelde onderwijsontwikkeling de kop indrukt.
* In 2020 ging er ongeveer 40 miljard euro vanuit de overheid naar het onderwijs in ons land. Dat komt neer op rond de € 2.500,-- per hoofd van de bevolking – van baby tot bejaarde.
The Godfather
Deze gang van zaken in het onderwijs doet me ineens denken aan de film The Godfather. Een Amerikaanse speelfilm uit 1972 van regisseur Francis Ford Coppola over het leven van New Yorkse maffiafamilie Corleone. De familie heeft een groot eigen territorium en waakt als een havik over eigen grenzen, belangen en bezit. Tradities zijn erg belangrijk en voor de familieleden wordt goed gezorgd. Persoonlijke emoties zijn vaak aanleiding voor rauwe vetes.
Wat is de relatie tussen deze film en ons onderwijs? Sterk afgebakende sectoren en verworven rechten worden fel bestreden. Veel beslissingen worden genomen onder het mom van draagvlak maar zijn uiteindelijke verkapte persoonlijke belangen. Zo kan ik mij niet aan de indruk onttrekken dat het nieuwe stelsel voor onderwijsbevoegdheden ook hierdoor zijn gestrand. De vier commissieleden die de stekker eruit hebben getrokken waren twee leraren die op persoonlijke titel zitting hadden, een schoolleider en een onderzoeker. Zij beweren de volledige beroepsgroep te representeren. Het doet mij aan heuse maffiapraktijken denken.
Over Herjon Nieuwburg
Herjon Nieuwburg (1967) is één van de drijvende krachten achter Instituut Mentoris. Ze houdt zich vooral bezig met het ontwikkelen en de innovatie van opleidingen - trainingen. Daarnaast publiceert ze met regelmaat over ondernemerschap en onderwijs.
