Leestijd: 5 minuten
Zitten, staan en/of lopen door het klaslokaal, we doen het de hele dag. Vaak op de automatische piloot. Maar sta je er wel eens bij stil welk effect dit heeft op de studenten en hoe je hiermee de dynamiek in de groep beïnvloedt? In deze blog handige tips voor zitten, staan en/of lopen in de klas. Doe er je voordeel mee.
Samengevat zijn dit de richtlijnen:
Zitten → lage energie = vragen om stilte
Staan → gemiddelde energie = vangen van de aandacht
Lopen → hoge energie = interactie met de student(en)
Energieniveaus
Zitten, staan of lopen brengen alle drie een andere energie in de klas. Het laagste energieniveau is zitten, het hoogste energieniveau is lopen. Staan zit ertussenin. Wil je de aandacht van de klas hebben, dan is het beter om te gaan staan dan rond te lopen. Wil je dat studenten in beweging komen, beweeg dan zelf ook.
Kracht van programmeren
De non-verbale kracht van communicatie is veel sterker dan de verbale kracht van communicatie. Dat weten we allemaal. Als je zelf consequent gedrag vertoont, reageren de studenten daar altijd op eenzelfde wijze op. Zowel non-verbaal als verbaal. Je kunt bij wijze van spreken het gedrag van studenten programmeren. Maar dat vraagt lef, tijd en oefening. Toch het gaat best snel. Al in de derde les reageren de studenten veelal onbewust en automatisch op je consequente en consistente (non-verbale) gedrag.
Start van de les
De eerste minuten noem ik altijd de lawaaiminuten. De studenten komen binnen, zoeken een plaats, pakken de tas uit en kletsen met elkaar. Er is veel energie in het lokaal, veel te hoog om de les te beginnen. Loop dan ook rond, praat met de studenten, maak contact, zet ze op de gewenste plek en corrigeer waar nodig. Zo sluit je aan op het energieniveau van je studenten: je volgt. Je geeft je studenten de ruimte om ‘te landen’ in het lokaal en bij de les. Zelf vervul je de rol van gastheer en pas je klassenmanagement toe.
Zitten → lage energie = vragen om stilte
Dan komt het moment om de les te starten. Je wilt dat je studenten stil zijn en met de aandacht bij jou. Ga zitten, altijd op een vaste plek. Dat kan zijn achter een bureau, maar ook gewoon op een stoel midden voor de groep. Liever niet op de hoek van de tafel op dit moment van de les. Wees stil, kijk de groep rond, maak oogcontact en houd je mond. Dit is moeilijk, je bent namelijk van nature geneigd om om stilte te vragen. Doe dit niet! Blijf zitten, blijf rondkijken en wacht. Voor veel docenten een zeer ongemakkelijke situatie die in het begin zelfs enkele minuten kan duren. Een troost: de aanhouder wint. Kijk de studenten extra aan die nog met iets heel anders bezig zijn. Daarmee leidt je en vaak beginnen de eerste studenten nu te sissen dat het stil moet worden.
Blijft het onrustig, ga dan iets meer onderuitgezakt zitten en nog lager in je energie. Het voelt alsof je hangt op je stoel, maar er is nog niets aan de hand. Zelf heb ik wel eens een gebogen arm omhoog gedaan.
‘Mevrouw wat doet u nu?’
‘Ik wacht op jullie totdat jullie stil zijn. En als ik dan toch moet wachten, dan maar op een tropisch strand onder een palmboon.’
Ik hoefde dit maar een keer te doen. Het werd direct stil in de klas.
Pas als de klas echt helemaal stil is, begin je met de les. Niet eerder!
Samenvattend
Met zitten communiceer je: ik wil dat jullie stil zijn.
Staan → gemiddelde energie = vangen van de aandacht
Er zijn verschillende momenten in de les dat je dingen uitlegt of vertelt aan je studenten. Je vervult nu vooral de rol van presentator. Je gaat nu staan (geaard en op twee benen) en je blijft staan. Zet eventueel een stap naar links of rechts. Ga niet lopen en beweeg niet naar voren (naar de studenten toe). Dit leidt tot non-verbale miscommunicatie.
Gebruik je bijvoorbeeld een bord, flap-over of scherm, ga daar dan naast en zeker niet voor staan. In de westerse wereld lezen we van links naar rechts: maak van die logica gebruik als je voor je flipover of bord staat. Stel je een vraag en het antwoord staat op de flipover, ga er dan links van staan: dat ‘leest’ logisch voor je studenten. Staat er een stelling op je flipover, of een vraag, ga dan rechts staan om die toe te lichten.
Let er ook op dat je wel tegen de klas praat en niet tegen het bord, de flap of het scherm. Met andere woorden: nooit praten met je rug naar de studenten toe. Moet je iets opschrijven of opzoeken, las voor jezelf een praatpauze in en houd je mond. Baken voor jezelf een vast gebied in het lokaal af waar je altijd uitleg geeft of je verhaal vertelt. Ook met het kiezen van een vaste plaats bij vaste onderdelen in je les, programmeer je als het ware de aandacht. Je gebruikt vanaf nu wisselend de rollen van presentator, pedagoog, didacticus en coach.
Stelt een van de studenten een vraag, ga dan weer zitten. Achter je bureau, op een stoel of op de hoek van een tafel. Met zitten communiceer je immers: ik wil dat jullie stil zijn. Wacht tot de klas stil is en beantwoord de vraag. Daarna ga je weer staan en ga je verder met je verhaal.
Samenvattend
Met staan communiceer je: ik wil dat jullie naar mij luisteren.
Lopen → hoge energie = interactie met de student(en)
Wil je je studenten in de actiestand zetten en de interactie bevorderen, kom dan zelf ook in beweging. Loop naar studenten toe, stel (directief) vragen, geef ruimte voor een gesprek en wakker de discussie aan. Loop door de klas, tussen de tafels door en zet ze aan het werk. Wil je een vraag of opmerking klassikaal beantwoorden, ga dan weer zitten. Bijvoorbeeld op de hoek van een tafel. Moet je naar aanleiding van de interactie iets uitleggen, loop dan terug naar je vaste plek bij het bord, flap of scherm. Ga staan en vang de aandacht.
Wil je de studenten aan het werk zetten door middel van bijvoorbeeld een werkvorm, leg deze vorm dan staand uit. Bij het startsein: actie, loop je de klas in. Wil je ze snel aan het werk hebben, gebruik dan een timer of eierwekker. Dit werkt perfect.
Samenvattend
Met lopen communiceer je: ik wil dat jullie in beweging komen.
Afsluiten van de les
De les sluit je op dezelfde manier af als waarop de je les begonnen bent. Je laat het energieniveau weer zakken. Je gaat zitten op je vaste plek. Je vangt weer de aandacht van je studenten, ze zijn stil en je sluit de les af. Bij het afsluiten van de les stap je in de rol van afsluiter.
Stemgebruik
Pas bij je energieniveau ook je stemgebruik aan. Als je zit praat dan met een lagere stem, behoorlijk zachtjes en langzaam. Als je staat praat dan met een gemiddelde stem, op normaal volume en in een redelijk tempo. Loop je door de klas gebruik dan een hogere stem, met meer volume en in een sneller tempo.
Met handen en voeten
Bij communiceren horen ook handgebaren. Dit doe je bijna automatisch. Maar ook hier geldt: pas je gebaren en de reikwijdte daarvan aan, passend bij het energieniveau. Leg je iets uit in een opsomming, gebruik dan je handen om die opsomming te ondersteunen. Met andere woorden: geef je boodschap extra kracht door passende handgebaren te maken.
Het voetenwerk is van een geheel andere orde. Je voeten zijn het verst weg van je brein en communiceren direct met je onderbewustzijn. Wiebelen op je tenen en/of hakken doe je liever niet. Je communiceert hiermee je eigen onrust en/of onzekerheid. Sta altijd met beide voeten op de grond en zet je voeten parallel aan de richting waarnaar je kijkt of praat. Sta je bijvoorbeeld op een been en de voet van het andere been wijst met 90 graden richting de deur, dan communiceer je onbewust: ik wil hier weg. Het is maar dat je het weet.
Bedien de representatiesystemen van je student
Iedereen heeft een voorkeurskanaal voor het opnemen van informatie. Dat doe je met je zintuigen. In de NLP (Neuro Linguïstisch Programmeren) noemen ze dat modaliteiten of representatiesystemen. Klinkt een beetje zweverig, maar waar het op neer komt is dat iedereen op z’n eigen manier gebuikt maakt van zintuigen om informatie op te nemen. De een heeft voorkeur voor beeld, de ander voor geluid. De vijf zintuigen worden in de NLP ook wel afgekort: VAKOG (Visueel=zien, Auditief=horen, Kinesthetisch=voelen, Olfactoir=ruiken, Gustatoir=proeven).
Veel docenten zijn hiervan niet op de hoogte en dus bewegen ze te veel en/of op het verkeerde moment. Studenten die vooral visueel ingesteld zijn, worden enorm afgeleid als je te veel beweegt door de klas. Ze proberen je fysiek te volgen en horen daardoor minder wat je zegt. Studenten die auditief zijn ingesteld, hebben ook last van te veel bewegelijkheid. Het geluid komt iedere keer vanuit een andere hoek van het lokaal. Daarbij maak je waarschijnlijk met je schoenen, kleding of sieraden ook lawaai. Allemaal afleidingen.
Goed afstemmen is dus belangrijk. Door bewust gebruik te maken van zitten, staan en lopen kom je tegemoet aan deze representatiesystemen. Hiermee bedien je alle studenten optimaal bij het leren.
Over Herjon Nieuwburg
Herjon Nieuwburg (1967) was tot 2022 één van de drijvende krachten achter Instituut Mentoris. Ze hield zich vooral bezig met onderwijsinnovatie en ontwikkeling. Altijd vanuit een ondernemend perspectief. Daarnaast publiceerde ze regelmatig over het vakdocentschap in het beroepsonderwijs.
